Het principe is eenvoudig. Een tectonic heeft een diagram dat is opgedeeld in blokken van een tot en met vijf vakjes. In die vakjes moeten cijfers worden geplaatst. Wanneer het blok bestaat uit één vakje, komt er het cijfer 1 in te staan. Een blok van twee vakjes krijgt de cijfers 1 en 2; in een blok van drie vakjes moeten de cijfers 1, 2 en 3 komen, enzovoort. De bedoeling is het diagram zo in te vullen, dat vakjes met dezelfde cijfers elkaar niet raken,
zelfs niet schuin.

In het gekleurde blok kan alleen de 1 komen.In de vakjes grenzend aan de net ingevulde 1 mag geen 1 komen. Daardoor moet in het nu gekleurde vakje de 1 staan.In het vakje dat nu gekleurd is, moet een 5 komen, want eromheen staan al de 1, 2, 3 en 4. Wanneer we op deze manier verdergaan, komen we op het
volgende punt:In het nu gekleurde vakje moet de 4 komen te staan. In de aangrenzende vakjes eronder moeten namelijk de 1 en de 2 een plaats krijgen. Waar
ze precies komen, is nog niet duidelijk, maar ze zorgen er wel al voor dat in het gekleurde vakje nog maar een optie overblijft: de 4.En uiteindelijk is dit de oplossing.